Historie West-Indisch Huis

De historie van Rijksmonument (nummer 1372) het West Indisch Huis gaat terug naar de 17e eeuw waarin Peter Stuyvesant, één van de bevelhebbers van de West-Indische Compagnie (WIC), in 1625 opdracht gaf tot de bouw van het fort Nieuw Amsterdam op het eiland Manhattan, wat later New York werd.

Het pand werd in 1617 gebouwd als vleeshal (op de begane grond) en wachtruimte voor de schutterij (op de bovenetage). In 1623 werd het pand gehuurd door de twee jaar eerder opgerichte WIC, en tot 1647 gebruikt voor de vergaderingen van de Heren XIX, de bestuurders van de WIC.

Gravure het West-Indisch Huis vanaf de IJ-zijde

Het gebouw werd tijdens deze periode uitgebreid met twee vleugels rond een binnenplaats, zodat het drie keer zo groot werd. De buit van de door Piet Hein in 1628 veroverde Zilvervloot werd bij terugkeer in Nederland in de kelders van het West-Indisch Huis opgeslagen.

Vanaf 1657 werd het gebouw aan de Herenmarkt verhuurd als herberg onder de naam Nieuwezijds Heerenlogement. Vanaf 1825 diende het als wees- en bejaardentehuis van de Hersteld Evangelische Diaconie. Het huis onderging verbouwingen waarbij de hoge stoep verdween en de gevel werd gepleisterd.

West-Indisch Huis oostvleugel

In 1954 werd het pand betrokken door de textielgroothandel De Vries van Buuren & Co, een bedrijf met voornamelijk Joods personeel dat op zaterdag en de Joodse feestdagen gesloten was. De kantoren van deze zaak waren gevestigd op de benedenverdieping, daarboven waren de diverse verkoopafdelingen, terwijl de voorraden op de zolders lagen opgeslagen. De firma liet de kelders restaureren en liet er vele oude tegels aanbrengen. De kelder was in gebruik als kantine. De textielgroothandel bleef gevestigd in het West-Indisch Huis tot 16 december 1975, toen het pand grotendeels werd verwoest door een brand, waarschijnlijk veroorzaakt door een verdwaalde vuurpijl die tussen de dakpannen doordrong en de met textiel beladen zolders in lichterlaaie zette. Het verlaten pand kreeg het in de daaropvolgende tijd zwaar te verduren. Onverlaten drongen het pand binnen en vernielden, in een poging deze te stelen, duizenden kostbare tegels.

Het West-Indisch Huis na de brand 1975

Om het snel verder in verval rakende gebouw van de ondergang te redden, werd op 4 februari 1977 de Stichting Het West-Indisch Huis opgezet op het gebouw te restaureren en beheren, met Ton Koot als voorzitter. De restauratie duurde van 1978 tot 1981 en kostte 12 miljoen gulden. Op de binnenplaats werd een fontein geplaatst met een bronzen beeld van Peter Stuyvesant (gouverneur van Nieuw-Nederland), gebeeldhouwd door Hans Bayens. Na de verbouwing werden bejaardenwoningen, de Volksuniversiteit en de gemeentelijke trouwzalen in het pand ondergebracht.

Het West-Indisch Huis noordvleugel begane grond schouwHet West-Indisch Huis kelder westvleugel 1978

 

 

 

 

 

 

 

 

Nu, bijna vierhonderd jaar later, biedt het monumentale pand ruime vergaderzalen, sublieme catering (a matter of TASTE catering), een café – restaurant (Café Nieuw Amsterdam) en bovenal een bijzondere omgeving voor uiteenlopende evenementen.

Kortom: het West-Indisch Huis is gemoderniseerd met respect voor haar verleden.